Open brief
Het moeizame pad naar een sociaal akkoord in het dienstenchequestelsel.
Het paritaire comité 322.01 bundelt de meerderheid van de dienstencheque-ondernemingen in België. Al jaren kleurt het sociaal overleg in deze sector door conflict en wantrouwen. Mede onder impuls van het Vlaams Platform DCO werd in september 2024 eindelijk een doorbraak geforceerd. In november volgde de vraag van de Vlaamse Regering om een sociaal akkoord af te sluiten dat koopkrachtversterking voor huishoudhulpen moest garanderen in ruil voor de aangekondigde prijsverhoging met 1 euro per dienstencheque.
Hoge verwachtingen, moeizame onderhandelingen
De verwachtingen waren groot bij huishoudhulpen, gebruikers en het brede publiek. Toch verliep het overleg bijzonder stroef. Pas op 7 juli 2025 kwam er een protocol, en op 21 augustus de langverwachte CAO. Dat dit zo lang duurde heeft meerdere oorzaken.
Een eerste factor was de vertrouwensbreuk uit de periode 2023-2024 en de nasleep hiervan. Het Vlaams Platform DCO pleit voor een verbindende aanpak, die bruggen slaat tussen overheden en sociale partners. Wij hebben daar hoog op ingezet maar er blijft nog een weg af te leggen.
Een tweede factor is het strakke keurslijf dat de Vlaamse Regering oplegde. In het regeerakkoord werd een prijsverhoging van 1 euro aangekondigd, gekoppeld aan meer koopkracht voor de huishoudhulpen en meer aandacht voor werkbaar werk. De fiscale aftrek van de dienstencheque werd intussen afgeschaft, maar de vrijgekomen middelen werden niet opnieuw in de sector geïnvesteerd.
Tot slot was er de communicatie. De bevoegde minister riep luid dat er “1 euro loonsverhoging” zou komen, waardoor huishoudhulpen dit ook als harde belofte begrepen. In werkelijkheid wegen de extra loonkosten (patronale bijdragen, doorwerking naar vakantiegeld en eindejaarspremie) zwaarder door dan de bijkomende inkomsten die ondernemingen uit de prijsverhoging halen.
Polarisatie en verdeeldheid
De vakbonden riepen terecht dat huishoudhulpen recht hebben op een sterker loon en wezen naar de winsten en dividenden van grote commerciële ondernemingen. Werkgevers wezen er tegelijk op dat tal van organisaties met sociale finaliteit nauwelijks marge hebben om de extra loonkosten te dragen.
Daarbovenop speelt de verscheidenheid binnen de sector: van grote commerciële spelers tot kleine vzw’s met sociale inslag, en sterke verschillen tussen Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Een Federaal akkoord is noodzakelijk, maar elk gewest kan autonoom beslissen over prijzen en erkenningsvoorwaarden. Dat maakt een harmonisatie onmisbaar, maar ook bijzonder moeilijk.
Broos akkoord, blijvende vragen
Het protocol van juli 2025 was enkel mogelijk dankzij moeizaam overleg én de betrokkenheid van Vlaamse, Brusselse en Waalse kabinetten. Dat is op zich al een verdienste. Maar de communicatie na afloop was opnieuw tegenstrijdig: overheid, vakbonden en werkgevers gaven elk hun eigen lezing. Ondertussen bleven nieuwe eisen op tafel komen, waardoor de omzetting naar een definitieve CAO bemoeilijkt werd.
De uitdagingen blijven groot. De sociale ondernemingen die inzetten op maatschappelijke meerwaarde hebben hun middelen opgebruikt. Grote commerciële spelers klagen over hun marges, terwijl in de publieke opinie en vanuit de vakbonden vragen blijven opduiken over hoge dividenduitkeringen in een stelsel dat grotendeels met gemeenschapsgeld gefinancierd is.
Naar een duurzaam model
De vraag naar werkbaar werk en meer koopkracht voor 150.000 huishoudhulpen stopt niet bij dit akkoord. Een duurzaam stelsel vraagt meer dan een pleister.
- Meer harmonisatie: elk gewest zijn eigen regels en prijzen laten bepalen, ondermijnt de coherentie. Alleen door afstemming tussen gewesten en sociale partners kan een “level playing field” ontstaan.
- Differentieer in financiering: ondernemingen die inzetten op sociale finaliteit en maatschappelijke terugverdieneffecten mogen niet op dezelfde manier behandeld worden als bedrijven die winstmaximalisatie nastreven.
- Eerlijkheid tegenover de gebruiker: kwaliteit en waardering voor huishoudhulpen hebben een prijs. Wie beroep doet op het stelsel, moet bereid zijn een faire bijdrage te betalen.
Appel van het Vlaams Platform DCO
Het Vlaams Platform DCO pleit voor een duurzaam en werkbaar stelsel. Als kleinere federatie komen wij op voor ondernemingen die vol inzetten op sociale finaliteit. Wij willen een tegengewicht bieden voor het dominante imago over een sector die beheerst wordt door een aantal grote spelers.
Wij roepen op tot daadkracht en reiken graag actief de hand naar dienstencheque ondernemingen en stakeholders die hiertoe willen bijdragen.
Vandaag doen wij alvast deze oproep :
- Aan de overheden: zet in op volgehouden bilateraal overleg met focus op harmonisatie en een financieringsmodel dat middelen oormerkt voor maatschappelijke meerwaarde.
- Aan de vakbonden: hou rekening met de leefbaarheid van ondernemingen die inzetten op sociale finaliteit.
- Aan de gebruikers: begrijp dat kwaliteit en respect voor huishoudhulpen enkel houdbaar zijn als de juiste prijs betaald wordt.
Slot
Het moeizame akkoord van zomer 2025 is een stap vooruit, maar geen eindpunt. Als sector, overheid en gebruikers de huishoudhulpen echt naar waarde willen schatten, dan moeten we verder durven gaan. Zonder structurele investeringen en een coherente visie blijft dit akkoord niet meer dan een fragiele tussenstap. Ondernemingen die vol inzetten op sociale finaliteit verdienen een financieringskader dat zuurstof biedt om de beoogde maatschappelijke terugverdieneffecten waar te maken en daar blijven wij als Vlaams Platform voor ijveren.